Welk schrikdraadapparaat heb ik nodig?
Een schrikdraadapparaat kies je op vier dingen: hoe gevoelig je dieren zijn, hoe lang de afrastering is, hoeveel gras en takken tegen de draad komen, en of er een stopcontact in de buurt is. Beantwoord de vier vragen en je ziet direct welke apparaten passen, met het bereik volgens de opgave van AKO.
We kiezen apparaten met minstens 50% reserve, omdat AKO de afstanden opgeeft voor ideale omstandigheden: goed geleidend draad, goede isolatoren en een goede aarding. Twijfel je? Bel of mail ons gerust.
Waar je op let
- Lengte telt per draad. De afrasteringslengte is de omtrek keer het aantal draden. Een wei van 1 km rondom met 3 draden is dus 3 km afrastering.
- Begroeiing kost bereik. Gras en takken tegen de draad laten stroom weglekken. Bij veel begroeiing haalt hetzelfde apparaat maar een fractie van de afstand zonder begroeiing.
- Netstroom is de eerste keus. Heb je een stopcontact, neem dan een 230 V-apparaat: dat werkt onbeperkt door en levert het meeste vermogen. Zonder stopcontact is een 12 V-accuapparaat (eventueel met zonnepaneel) de krachtige keuze; 9 V-batterijapparaten zijn voor kortere afrasteringen zonder begroeiing.
- Genoeg spanning op de draad. AKO noemt ongeveer 2.500 volt als minimum op elk punt van de afrastering, en 5.000 volt voor dieren met een dikke vacht of bij droge grond. Meet het met een afrasteringstester.
- Aarding. Een goede aarding is de helft van het circuit. Per apparaat staat hoeveel aardpennen AKO adviseert; sla ze op een vochtige plek in, minstens 3 meter uit elkaar.