Weidepaal kiezen: hout, kunststof, glasfiber of metaal
Welke paal voor een vaste of verplaatsbare afrastering? Over paalsoorten, hoogte, inslagdiepte en stevige hoek- en spanpalen.
Palen dragen je afrastering. Welke paal je kiest, hangt af van de vraag of de afrastering blijvend is of steeds verplaatst wordt, van de grond en van je dieren. Een schrikdraadafrastering bestaat uit apparaat, geleiders, isolatoren, palen en aarding; de palen houden de geleiders op de juiste hoogte en moeten bij hoeken en aftakkingen flinke trekkrachten opvangen. In dit artikel lees je welke paal waar past, hoe hoog hij moet zijn en waar je op let bij hoek- en spanpalen.
Blijvend of verplaatsbaar
De eerste keuze is of de afrastering vast blijft staan. Een blijvende afrastering bouw je volgens AKO vaak met recyclingpalen, metalen T-palen of massieve houten palen die diep in de grond zitten. Een verplaatsbare afrastering, bijvoorbeeld voor stripgrazen, zet je met lichte kunststof- of glasvezelpalen met een trede en een bodempen, die je met je voet in de grond drukt en er net zo makkelijk weer uittrekt.
Paalsoorten op een rij
| Paalsoort | Eigenschappen | Toepassing |
|---|---|---|
| Hout (robinia) | Europees hardhout, duurzaam zonder impregnering, ook bij blijvend contact met water en grond; scheurtjes door het werken van het hout zijn normaal | Blijvende afrastering, ook als hoekpaal |
| Hout (geïmpregneerd grenen) | Onder druk geïmpregneerd voor gebruiksklasse 4: blijvend contact met weer en grond | Lijnpaal, en in dikke maat als hoek-, poort-, begin- en eindpaal |
| Recyclingpaal | Van gerecycled kunststof, volledig geïsoleerd en rotbestendig; inslagdiepte ca. 50 tot 60 cm | Blijvende afrastering op zachte, natte of gedraineerde grond |
| Metalen T-paal | Railstaal met ankerplaat; inslagdiepte ca. 40 cm; isolatoren klik je erop | Blijvende afrastering voor paarden, runderen en wild |
| Hoekstaalpaal | Breekt ook bij strenge vorst niet | Droge en steenachtige grond |
| Verenstaalpaal | Dunne stalen paal met kopisolator en opstapplaat | Afrastering voor melkkoeien en runderen |
| Kunststofpaal | Verzinkte bodempen, trede en vaste ogen voor lint, koord en litze | Verplaatsbare afrastering, stripgrazen |
| Glasvezelpaal | Licht en flexibel; een coating van polyestervlies voorkomt glasvezelresten op de huid | Verplaatsbare afrastering voor rundvee, paarden en schapen |
Voor paarden worden bij voorkeur geschuurde houten palen gebruikt, omdat schors voor paarden onverteerbaar is.
Hoe hoog moet de paal zijn?
Begin bij de hoogte van de bovenste draad. AKO geeft als richtwaarden voor de draadhoogtes:
- melkkoeien: ca. 60 en 90 cm;
- schapen: ca. 25, 45, 65 en 90 cm;
- grote paarden: ca. 60, 100 en 140 cm;
- varkens: ca. 20, 45 en 75 cm.
Tel daar het deel op dat in de grond gaat. Bij een T-paal is dat ca. 40 cm, bij een recyclingpaal ca. 50 tot 60 cm. Een T-paal van 182 cm komt zo op ongeveer 142 cm boven de grond, genoeg voor de bovenste draad bij grote paarden. Bij kunststof- en glasvezelpalen staan de totale hoogte en de lengte van de bodempen (zo'n 16 tot 22 cm) apart vermeld. Het zijn richtwaarden: per diersoort kan aanpassing nodig zijn. Meer over de opbouw per dier lees je in Schrikdraad per diersoort.
Afstand tussen de palen
Een vaste afstand voor tussenpalen is er niet: die hangt af van het terrein, de geleider en hoe strak je die spant. Zet palen dichter op elkaar in bochten, op heuvelachtig terrein en waar de geleider anders te veel doorhangt. Raakt de onderste draad de grond of het gras, dan lekt er stroom weg.
Ter vergelijking: een schapen- of wolvennet van 50 m heeft 13 tot 15 palen, een net van 25 m 8 tot 10 palen. Bij een hoek of begin met T-palen sla je de hoekpaal ca. 40 tot 50 cm in en zet je de volgende paal op 1,50 m; die korte afstand hoort bij de schuine steunpaal.
Hoek-, begin- en spanpalen
Op hoeken, aftakkingen, poorten en aan het begin en eind van de afrastering trekt de gespannen geleider hard aan de paal. Daar is een stevige constructie nodig:
- Dikkere palen: houten hoekpalen zijn er met een diameter van 10 tot 18 cm.
- Langere T-palen: AKO adviseert voor hoeken T-palen die ca. 30 cm langer zijn, met een hoekset en schuine steunpalen.
- Stevige isolatoren: gebruik op hoeken en aftakkingen extra stevige hoekisolatoren. Sommige hoek- en poortisolatoren zijn niet geschikt voor geleiders met koperdraadjes; controleer dat bij het product.
- Temperatuur: bij staaldraad vangt een temperatuurcompensatieveer de krimp en uitzetting op en ontlast hij de hoekpaal.
Bij een verplaatsbare afrastering maak je hoeken en poorten met een meervoudige paal, waarop drie of vier haspels passen.
Praktische tips
- Op T-palen adviseert AKO altijd kopisolatoren; die voorkomen ook letsel aan het paaleinde.
- Voor metalen en kunststofpalen zijn er schroef- en opduwisolatoren; voor T-palen zijn er eigen clipisolatoren.
- Kijk bij kunststofpalen hoeveel ogen er zijn per soort geleider (koord, lint van 20 mm, lint van 40 mm).
- Bevestigingsclips voor T-palen zijn voor draad en gaas, niet voor schrikdraad.
- Gereedschap om palen te zetten vind je bij palengereedschap, T-palen met toebehoren bij T-posts & toebehoren.
Bekijk alle palen, of direct de houten palen, kunststof palen, glasfiber palen en recycling- en metalen palen.
Veelgestelde vragen
Welke paal voor natte grond?
Een recyclingpaal. Die is rotbestendig en geschikt voor zachte, natte of gedraineerde grond. Robiniahout kan ook blijvend in contact met water en grond staan.
Welke paal voor droge, steenachtige grond?
Een hoekstaalpaal. Die is geschikt voor droge en steenachtige grond en breekt ook bij strenge vorst niet.
Heb ik isolatoren nodig op een houten paal?
Ja. Isolatoren scheiden de geleider van de paal, zodat er geen stroom naar de grond weglekt. Kunststofpalen hebben de ogen voor de geleider al vast aan de paal.
Hoe diep sla ik een paal in?
Een T-paal ca. 40 cm, zodat de hele ankerplaat in de grond zit; een recyclingpaal ca. 50 tot 60 cm. Een hoekpaal bij T-palen sla je ca. 40 tot 50 cm in.
Verder lezen
Veiligheidsklassen van werkschoenen en -laarzen uitgelegd
Wat betekenen S1P, S3, S5 en O4? Uitleg van de veiligheidsklassen voor werkschoenen en laarzen, inclusief de nieuwe codes uit 2022.
Werkhandschoenen kiezen: EN 388 en de materialen
Wat betekent 4X42D op je handschoen? Zo lees je de EN 388-code en kies je tussen leer, katoen, latex, nitril, PU en PVC.
Kruiwagenwiel vervangen: maat, as en band meten
Wat betekent 4.80/4.00-8 en hoe meet je as en naaf? Zo vind je het juiste nieuwe wiel voor je kruiwagen, met luchtband of anti-lek.