Werkhandschoenen kiezen: EN 388 en de materialen
Wat betekent 4X42D op je handschoen? Zo lees je de EN 388-code en kies je tussen leer, katoen, latex, nitril, PU en PVC.
Op de meeste werkhandschoenen staat een schildje met een hamer en daaronder een rij cijfers en letters, bijvoorbeeld 4X42D. Dat is de markering van EN 388, de Europese norm voor handschoenen tegen mechanische risico's: schuren, snijden, scheuren en doorsteken. Wie de code kan lezen, ziet meteen of een handschoen geschikt is voor prikkeldraad, hout of plaatwerk. Daarnaast bepaalt het materiaal hoeveel grip en gevoel je hebt, en of je hand droog blijft.
Zo lees je de EN 388-code
De code bestaat uit maximaal zes tekens. Elk teken staat voor één test, altijd in dezelfde volgorde. Hoe hoger het cijfer of hoe verder de letter in het alfabet, hoe beter de handschoen presteert. Een X betekent dat de test niet is uitgevoerd of niet van toepassing is. De monsters voor schuren, snijden, scheuren en doorsteken komen uit de handpalm; de impacttest gebeurt op de rug van de handschoen.
| Positie | Test | Niveaus | Wat wordt gemeten |
|---|---|---|---|
| 1 | Schuurbestendigheid | 0 tot 4 | Aantal schuurcycli met schuurpapier: 100, 500, 2.000 of 8.000 |
| 2 | Snijbestendigheid (coupetest) | 0 tot 5 of X | Index met een ronddraaiend mesje: 1,2 / 2,5 / 5,0 / 10,0 / 20,0 |
| 3 | Scheurbestendigheid | 0 tot 4 | Kracht om een ingeknipt stuk door te scheuren: 10, 25, 50 of 75 newton |
| 4 | Doorsteekbestendigheid | 0 tot 4 | Kracht om met een gestandaardiseerde punt door de handschoen te prikken: 20, 60, 100 of 150 newton |
| 5 | Snijbestendigheid (ISO 13997) | A tot F | Kracht om met een recht mes door te snijden: A 2–5, B 5–10, C 10–15, D 15–22, E 22–30, F meer dan 30 newton |
| 6 | Impactbescherming | P of niets | Klap van 5 joule op de rug van de hand; er mag hoogstens 7 kN doorkomen |
Twee snijtests: cijfer en letter
De coupetest (positie 2) laat een rond mesje heen en weer over de handschoen gaan tot hij doorgesneden is. Bij materialen met een hoge snijbestendigheid, zoals glasvezel of staalvezel, wordt dat mesje bot. Dan staat er vaak een X op positie 2 en is de test volgens ISO 13997 (positie 5) verplicht. Die test geeft een preciezer beeld bij snijvaste handschoenen. Een handschoen die vroeger niveau 5 had in de coupetest, kan bij ISO 13997 uitkomen op C, D, E of F.
Voorbeeld: 4X42D betekent schuren niveau 4, coupetest niet uitgevoerd, scheuren niveau 4, doorsteken niveau 2 en snijden volgens ISO 13997 niveau D. Staat er nog een P achter, dan is de handschoen ook getest op impact.
Oudere handschoenen volgens de versie van 2003 hebben vier cijfers: schuren, snijden, scheuren en doorsteken. De letter voor ISO 13997 en de P kwamen er in 2016 bij.
Welk materiaal past bij welk werk?
De EN 388-code zegt iets over sterkte. Het materiaal bepaalt de grip, het gevoel en of de handschoen water tegenhoudt.
| Materiaal | Eigenschappen | Geschikt voor |
|---|---|---|
| Leer | Sterk en stevig; splitleer is ruw, nerfleer (boxleder, nappa) gladder en soepeler. Meestal niet waterdicht. | Hout sjouwen, hekwerk zetten, prikkeldraad, puin ruimen |
| Katoen | Soepel, luchtig en prettig op de huid; niet waterdicht | Licht werk, sjouwen en opruimen |
| Latexcoating | Soepel; volgens uvex beter bestand tegen schuren dan PU en nitril, met uitstekende grip bij droog werk | Algemeen werk waarbij je grip nodig hebt |
| Nitrilcoating | Bestand tegen olie en vet; glad nitril schuurt goed maar kan nat glad worden, schuimnitril is zachter, zandnitril grijpt goed bij olie en nattigheid | Werk met olie en vet, machines, onderhoud |
| PU-coating | Licht, dun en soepel, goed bestand tegen schuren en doorsteken | Fijn werk, monteren, kleine onderdelen |
| PVC en rubber | Volledig gedompeld, houdt water en vuil buiten; ook met lange kap | Spoelen, schoonmaken, werk in de sloot |
Praktische tips
- Prikkeldraad en hout: kies leer of een handschoen met een hoog niveau voor doorsteken (positie 4). Bekijk de leren handschoenen.
- Olie en vet: kies nitril. Een gladde nitrilcoating kan bij nat werk glad worden; een zand- of schuimnitril grijpt dan beter. Zie nitril & PU.
- Grip en gevoel: een gebreide handschoen met latexcoating of PU-coating.
- Nat werk: een volledig gedompelde handschoen van PVC of rubber, eventueel met lange kap zodat er geen water in de mouw loopt.
- Licht werk: een katoenen handschoen, eventueel met nopjes voor grip.
- Tuin: tuinhandschoenen; voor rozen en brandnetels een model met lange manchet.
- Latexallergie: kies nitril, PU of PVC. Natuurrubber is ook latex.
- Snijwerk: kijk bij snijvaste handschoenen naar de letter op positie 5, niet alleen naar het cijfer op positie 2.
Let ook op de maat: een te ruime handschoen geeft minder grip, een te krappe is vermoeiend. Lees hoe je meet bij hulp bij je maat. Alle modellen vind je bij werkhandschoenen.
Veelgestelde vragen
Wat betekent een X in de EN 388-code?
Dat die test niet is uitgevoerd of niet van toepassing is. Bij snijvaste handschoenen staat de X vaak op de tweede plaats, omdat het mesje van de coupetest bot wordt. Kijk dan naar de letter op de vijfde plaats.
Wat is beter: snijniveau 5 of letter C?
Die zijn niet direct te vergelijken, want het zijn verschillende tests. Bij handschoenen van snijvaste vezels geeft de letter van ISO 13997 het betrouwbaarste beeld.
Wat betekent de P achter de code?
De handschoen is getest op impact: bij een klap van 5 joule op de rug van de hand komt er hoogstens 7 kN door. Zonder P is die test niet gedaan of niet gehaald.
Wat is het verschil tussen latex en nitril?
Latex is soepel en geeft veel grip bij droog werk. Nitril is beter bestand tegen olie en vet en is een alternatief bij een latexallergie.
Beschermt EN 388 ook tegen chemicaliën?
Nee. EN 388 gaat alleen over mechanische risico's. Werk je met chemicaliën of reinigingsmiddelen, controleer dan in de productinformatie waartegen de handschoen beschermt.
Verder lezen
Veiligheidsklassen van werkschoenen en -laarzen uitgelegd
Wat betekenen S1P, S3, S5 en O4? Uitleg van de veiligheidsklassen voor werkschoenen en laarzen, inclusief de nieuwe codes uit 2022.
Weidepaal kiezen: hout, kunststof, glasfiber of metaal
Welke paal voor een vaste of verplaatsbare afrastering? Over paalsoorten, hoogte, inslagdiepte en stevige hoek- en spanpalen.
Kruiwagenwiel vervangen: maat, as en band meten
Wat betekent 4.80/4.00-8 en hoe meet je as en naaf? Zo vind je het juiste nieuwe wiel voor je kruiwagen, met luchtband of anti-lek.