Aarding en storing zoeken: zo krijg je weer spanning op je schrikdraad
Te weinig spanning op de draad? Zo zoek je stap voor stap of het aan het apparaat, de toevoerkabel, de aarding of de afrastering ligt.
Breken je dieren uit of meet je te weinig spanning, dan zit het probleem in een van vier plekken: het apparaat, de kabel naar de afrastering, de aarding of de afrastering zelf. Met een schrikdraadtester loop je ze in deze volgorde na. De meetwaarden komen uit de catalogus van AKO.
Hoeveel spanning moet erop staan?
Op elk punt van de afrastering minstens 4.000 volt voor robuuste dieren en 2.500 volt voor gevoelige dieren. Voor dieren met een dikke vacht en bij droge grond adviseert AKO 5.000 volt. Spanning op zich doet geen pijn; die is nodig om de stroom door de vacht te krijgen. De schok komt van de energie (joule).
Stap 1: het apparaat
- Koppel de kabel naar de afrastering los bij het apparaat, maar laat de aardkabel zitten.
- Meet de spanning direct op het apparaat. Staat er meer dan 6.000 volt, dan is het apparaat in orde.
- Is het minder, controleer dan de voeding: knippert de led rood bij een 9 V- of 12 V-apparaat, dan is de batterij of accu leeg. Knippert een 230 V-apparaat helemaal niet, dan krijgt het geen stroom.
Stap 2: de kabel naar de afrastering
Haal de toevoerkabel los van de afrastering, zet het apparaat aan en meet aan het einde van de kabel. Ook daar hoort meer dan 6.000 volt te staan. Is het minder, dan is de kabel defect. Een ondergrondse kabel vervang je door een hoogspanningsbestendige grondkabel; een bovengrondse kabel raakt vaak ergens iets: de gevel, een dakgoot, klimop of struiken.
Stap 3: de aarding
De aarding is de helft van het stroomcircuit: de stroom gaat via het dier en de grond terug naar het apparaat. Droge grond geleidt nauwelijks. Zo test je hem:
- Sluit de afrastering op ongeveer 10 meter van de aarding kort met een paar ijzeren staven in de grond.
- Meet de spanning direct bij de aardpen van het apparaat. Staat daar meer dan 1.000 volt, dan is de aarding onvoldoende.
Zo verbeter je de aarding:
- Sla de aardpennen minstens 1 meter diep in grond die altijd vochtig is, op afstand van gebouwen.
- Gebruik meerdere aardpennen, minstens 3 meter uit elkaar, en verbind ze met elkaar. Hoeveel er nodig zijn, staat bij elk apparaat in de specificaties: van één voor een klein apparaat tot zes voor de zwaarste netapparaten.
- Kies aardpennen die niet roesten: roestvrij staal of verzinkt.
Stap 4: de afrastering zelf
Is het apparaat, de kabel en de aarding in orde, dan lekt de spanning weg in de afrastering. De bekende oorzaken:
- Begroeiing tegen de draad: weghalen.
- Draad of lint ligt op de grond: aanspannen of opnieuw verbinden.
- Slecht geleidend materiaal: vervangen door materiaal met minder dan 1 ohm per meter.
- Geknoopte draden: gebruik roestvrijstalen verbinders.
- Een isolator die doorslaat: vervangen.
- Gebroken metalen geleiders in lint of koord: vervangen.
- Bij lange afrasteringen: verbind de draden ongeveer elke 200 meter verticaal met elkaar, dat verbetert de geleiding.
Meet daarna opnieuw op de afrastering. Haal je de 4.000 of 2.500 volt, dan is het probleem opgelost. Lukt het niet met je huidige apparaat, kijk dan in de keuzehulp schrikdraadapparaat welk vermogen bij jouw afrastering past.
Verder lezen
Veiligheidsklassen van werkschoenen en -laarzen uitgelegd
Wat betekenen S1P, S3, S5 en O4? Uitleg van de veiligheidsklassen voor werkschoenen en laarzen, inclusief de nieuwe codes uit 2022.
Werkhandschoenen kiezen: EN 388 en de materialen
Wat betekent 4X42D op je handschoen? Zo lees je de EN 388-code en kies je tussen leer, katoen, latex, nitril, PU en PVC.
Weidepaal kiezen: hout, kunststof, glasfiber of metaal
Welke paal voor een vaste of verplaatsbare afrastering? Over paalsoorten, hoogte, inslagdiepte en stevige hoek- en spanpalen.